Op 27 februari kwam ik uit het ziekenhuis, en ik was er eigenlijk al klaar voor om een weekje of twee later weer aan het werk te gaan. Maar dat zou niet zo zijn, een dikke enkel ten gevolge van de operatie hield me een maand langer thuis. En daardoor had ik ook de tijd om me te realiseren waar ik nu echt stond. Dat was – en is – niet altijd even makkelijk. Ondertussen …
Zoals ik eerder schreef kwam juist in die tijd een e-mailtje dat ik een abonnement van 4 weken een tasje met (bio-)groentes van Odin gewonnen had. Zal ik maar zeggen dat dat een heel welkome afleiding was, en een soort – zij het heel basale – nieuwe uitdaging en therapie?
Ja dus. Al kan je het niet zo heel makkelijk aan de recepten van de afgelopen vier weken zien, ik haalde de tas op en was dan een week bezig met de groentes in te passen in mijn recepten. Het ging allemaal heel goed samen: ik liep een beetje rond te hinken met die dikke enkel, niet goed genoeg om aan het werk te zijn, maar meestal wel om ‘s-avonds voor twee te koken. Dus wat vond ik er van na die vier weken?
De intense smaak van sommige groentes – dus vergeleken met de supermarkt versie – was een verrassing. Met name de selderij. Daarmee ging de japanse sojasaus ook heel goed samen, en ontstond er een nieuwe (voor mij) combinatie van smaken. Dat je postelein kunt eten als een salade was ook nieuw voor me, en ik vond het lekker (als gekookte groente heb ik het nooit echt gelust). Ook bij de Thaise curry maakte ik dankbaar gebruik van de groentes in het pakket.
Maar het ging niet allemaal op. Zelfs dit kleine pakket is voor ons twee te veel en dat komt omdat we onze basis-groentes missen. Die zijn, bij bijna alles wat we maken: ui, knoflook, paprika en prei (en tomaten) en die zitten er nauwelijks in. Dus komen we te kort, maar houden ook te veel over.